In het vorige artikel ging het over de instellingen die handig zijn voor macrofotografie. Echter maken de instellingen niet de foto. Wat telt is je eigen creativiteit die je gebruikt voor een sprekende foto. Creativiteit is niet in regels te vangen, creativiteit is niet iets wat je algemeen geldend kan maken. Wat we wel kunnen doen is proberen een aantal richtlijnen te formuleren die je kunnen helpen om een spannendere macrofoto te maken. In dit artikel kijken we naar de compositie en het licht bij macrofotografie.

Ik spreek hier bewust van richtlijnen. In de fotografie is er wat mij betreft veel ruimte voor creativiteit en dat moet er ook blijven. Regels zoals ze vaak gegeven worden (zoals de regel van derden, gulden snede etc.) zijn handig, maar niet heilig. Toch is het goed om deze regels in het hoofd te hebben om ze dan vervolgens op de juiste momenten toe te passen, of juist niet toe te passen. De verschillende keuzes die iedereen daarin maakt is datgene wat een foto net even iets anders mee geeft.

Compositie

De compositie kan een foto maken of kraken. Het is belangrijk om je kijker te kunnen grijpen met je foto en de aandacht zo lang mogelijk vast te houden. De keuze voor een sterke compositie is daarbij van het grootste belang.

Standpunt

Er zijn meerdere richtlijnen die je in het hoofd kunt houden, de keuze voor het standpunt is er daar één van. Het is vaak de standaardregel om een foto op dezelfde hoogte te maken als het oog van je onderwerp. Dit zorgt ervoor dat je het onderwerp goed uit de achtergrond kan laten komen.

Netjes volgens de regels der kunst, onderwerp op 1/3, kijkrichting goed en herhaling op de achtergrond – 1/250 – f/7.1 – ISO200 – 85mm

Deze richtlijn is er voornamelijk om ervoor te zorgen dat je niet een te hoog standpunt aanneemt. Een hoog standpunt heeft vaak een onrustige achtergrond tot gevolg en maakt de foto druk. Toch zijn er uitzonderingen, en dat is maar goed ook. Als je de regel op het juiste moment overschrijdt kan dat een verrassend goed resultaat hebben.

Een blad van bovenaf gefotografeerd – 1/200 – f/5.6 – ISO800 – 300mm – vanaf statief

Toch zal je merken dat als je eenmaal aan het fotograferen bent, je toch vrijwel altijd voor een lager standpunt zult kiezen. Echter, soms kan het dus effectief zijn om van bovenaf te fotograferen. Had ik dit specifieke blad vanaf een laag standpunt gefotografeerd, dan was de foto erg abstract geweest.

Op ooghoogte is dus de richtlijn, maar we kunnen ook een andere uiterste opzoeken en kiezen voor een nog lager standpunt.
Met macrofotografie is dat vaak lastig, veel van je onderwerpen bevinden zich (zeker in de natuur) al erg laag, nog lager gaan is dan soms onmogelijk. Heb je echter een onderwerp waarbij je wel lager kan komen, dan loont het zeker de moeite om van onderaf te kijken.

Een veldbloem van onderaf gefotografeerd tegen een lucht met ondergaande zon – 1/4000 – f/5.6 – ISO800 (foutje!) – 300mm – vanuit de hand

We hebben al van bovenaf gekeken, van ooghoogte, van onderaf… Kortom, we kunnen net zo goed het rondje af maken en rond het hele onderwerp kijken. Een andere hoek, heeft weer een andere kant en achtergrond tot gevolg. Een kant die misschien wel interessanter is. Het is daarom goed om je bewust te zijn van de verschillende perspectieven. Als je niet goed weet wat je met een onderwerp moet, ga er dan eens rustig van alle kanten naar kijken en zoek zo naar het juiste standpunt voor dat onderwerp.

Doordat je zo goed kijkt naar je onderwerp, zal je ook de details van je onderwerp goed bekijken. Je voorkomt zo dat je een bloem fotografeert die net niet helemaal mooi meer is. Je ziet vooraf wat je fotografeert en komt niet achteraf voor verrassingen te staan.

Herhaling

Een andere manier om voor een goede compositie te zorgen is door te zoeken naar herhaling. Dit kan herhaling zijn door bijvoorbeeld een patroon in de achtergrond te zoeken, of door twee keer dezelfde soort in een foto te verwerken.

Hierbij kun je kiezen of je beide onderwerpen scherp wilt hebben (op dezelfde lijn) of  één van beiden onscherp in de voor of achtergrond plaatsen (schuin achter elkaar). Doordat er in de achtergrond nog eenzelfde onderwerp verschijnt, creëer je een gevoel van diepte. Natuurlijk werkt dat ook voor meer dan 2 van dezelfde onderwerpen.

1/30 – f/6.3 – ISO400 – 300mm – vanaf pittenzak

Functioneel gebruik van onscherpte

Zoals ik in het vorige artikel ook al schreef, kun je scherpte en onscherpte goed gebruiken. Ik heb daar al een voorbeeld gegeven van hoe een bepaalde diafragma de achtergrond beïnvloedt.

Maar wat voor je compositie ook van belang kan zijn, is zowel de voor- als achtergrond onscherp maken. Zoals je in onderstaande foto ook ziet, is zowel de voor- als achtergrond onscherp en ligt de nadruk volledig op de twee grassprieten (die overigens ook weer een herhaling zijn). Dit bereikte ik door een enorm laag standpunt, met de camera op het zand. Door zo bewust gebruik te maken van de onscherpte, kun je een rustig beeld maken.

Gekozen voor een enorm laag standpunt om zoveel mogelijk onscherpte in zowel voor- én achtergrond te krijgen om zo een rustig beeld te creëren – 1/800 – f/7.1 – ISO200 – 300mm – vanuit de hand

De onscherpte heeft hier dus een heel duidelijke functie om de grassprieten te benadrukken. Je kunt onscherpte ook gebruiken om meer spanning in het beeld te brengen en een onderwerp zo weer te geven zoals we dat niet met het blote oog kunnen zien.

Of je je onderwerp dus goed kunt isoleren door gebruik te maken van onscherpte, is afhankelijk van je standpunt en zoals in het vorige artikel ook al bleek: het diafragma.

Combineer je deze dingen goed (een goed diafragma voor een scherp onderwerp en groot genoeg voor een fraaie achtergrond), dan kan dat een zeer fraaie foto opleveren.

Kleur

Een volgende manier om de nadruk op je onderwerp te leggen, is door een afwijkende kleur. Het menselijk oog is gevoelig voor contrast. Als je door middel van een andere kleur een sterk contrast in de foto kunt brengen, zal je de kijker daarmee kunnen pakken.

Bij onderstaande foto heb ik eerst gekeken naar de achtergrond. Ik ben op zoek gegaan naar een fraaie manier om met het gras een schilderachtig effect te bereiken. Echter mist er dan al snel iets aan het beeld, iets dat de blik vast blijft houden. Door vervolgens op zoek te gaan naar een lieveheersbeestje in het gras en dat te combineren met de bedachte achtergrond, kon ik een foto maken met een fel contrast in de kleuren. De foto zelf heeft weinig contrast, maar de rode kleur zorgt er toch voor dat het onderwerp de aandacht trekt.

De uitzondering qua kleur richt je oog op het onderwerp – 1/200 – f/4.5 – ISO200 – 85mm – vanaf statief

Bewust zoeken naar een beperkt aantal kleuren kan je compositie versterken. Door een klein aantal kleuren/kleurtonen in je foto te verwerken, kan je een rustige foto creëren waarbij het onderwerp eruit springt.

Afstand of juist dichtbij?

Een laatste aandachtspunt voor de compositie dat ik wil aanstippen, is het idee van dat macrofotografie altijd dichtbij moet zijn. In het vorige artikel gaf ik al de definitie dat je pas van macrofotografie spreekt als je iets op ware grootte fotografeert, dus in die zin moet macrofotografie dichtbij zijn.

Een insect van dichtbij, de wat traditionele macrofoto – 1/640 – f/10 – ISO640 – 85mm

Echter, onder macrofotografie verstaat men doorgaans ook de close-up fotografie die een minder grote vergroting heeft.

De vraag die je je dus kunt stellen is of je het onderwerp beeldvullend wil hebben, of dat je het onderwerp een rol geeft in zijn omgeving.
Beiden hebben hun mooie kant, een beeldvullende foto van een insect laat bijzondere details zien, wie kent er niet de facetten in het oog van een insect?
Aan de andere kant kan je meer een verhaal in de foto brengen door wat meer afstand te nemen en het onderwerp in zijn omgeving te brengen. Dit geldt niet alleen in de natuur, je kunt ook een aantal raderen van een machine laten zien in het grotere geheel.

Een foto kan meer spanning krijgen door wat meer te laten zien. In het onderstaande voorbeeld heb ik zo willen laten zien hoe een wesp zijn werk doet op een eenzaam tussen de gele bloemen staande pinksterbloem. Het leverde een kleurrijke voorjaarsfoto op.

Tussen de bloemen door gefotografeerd om wat van de kleurrijke sfeer mee te pakken. De wesp die zich op een kleine vrijstaande pinksterbloem vast blijft houden – 1/400 – f/5.6 – ISO200 – 300mm – vanuit de hand

Licht

Naast dat de compositie enorm bepalend is voor het eindresultaat, is ook het licht van essentieel belang. Er is geen slecht licht, het is maar net afhankelijk van wat je met het licht doet. Wel is het zo dat voor bepaalde resultaten het ene type licht beter bruikbaar is dan het andere.

We onderscheiden grofweg twee soorten licht: natuurlijk en kunstmatig licht. Het natuurlijke licht kan je weer onderscheiden in dagdelen, waarbij ’s ochtends en ’s avonds sprake is van strijklicht (licht dat onder een klein hoek op je onderwerp schijnt) en overdag hard licht wat zorgt voor scherpe schaduwen en een groot contrast. Daarnaast heb je natuurlijk nog natuurlijk diffuus licht, dat je krijgt als er wat bewolking hangt op een grijze dag.

Natuurlijk licht

Het zal geen verrassing zijn dat voor de sfeer het ochtend- en avondlicht het mooiste is. Warme kleurtonen en geen harde schaduwen. Echter is dat licht ook relatief slecht in de zin dat er weinig licht is. Je zult dus ook langere sluitertijden nodig hebben voor een juiste belichting.

Het mooiste licht om een onderwerp goed te registreren is het diffuse licht. Je hebt weinig last van schaduwen en het onderwerp wordt mooi gelijkmatig verlicht. Echter heeft dat licht weinig sfeer in zich zitten, het is nuttig maar vaak redelijk sfeerloos.

Het mooie van tegenlicht is dat je bij bijvoorbeeld een plant, de structuren mooi zichtbaar krijgt. Daarnaast voegt de warme kleur van de achtergrond vaak een rustige sfeer toe aan je foto.

Een pinksterbloem in tegenlicht, de plant komt mooi uit – 1/125 – f/8 – ISO200 – 300mm – spotmeting gebruikt en daardoor heb ik de belichting niet hoeven compenseren – vanaf pittenzak gefotografeerd

Het licht beïnvloedt je onderwerp op verschillende manieren. Dat is afhankelijk van de richting van waaruit het licht komt. Heb je te maken met tegenlicht, zijlicht, harde schaduwen?

Waar het licht vandaan komt bepaalt ook hoe je het licht moet meten. Zo is het bij tegenlicht belangrijk om te beseffen dat als je de camera op gemiddelde meting zijn werk laat doen, je onderwerp zal veranderen in een silhouet. In dat geval zal je dus de belichting moeten compenseren met bijvoorbeeld + 1 stop.

Een andere optie is om je camera het licht te laten meten met een andere lichtmeting. Als je de spotmeting gebruikt, meet je camera alleen het licht op het ingestelde scherpstelpunt. Je onderwerp zal dan ook goed belicht worden. Erg handig dus als je regelmatig met tegenlicht werkt en niet teveel wilt compenseren.

Belangrijk om te beseffen is dat je compenseert op wat je camera voorstelt als belichting. Dat is afhankelijk van de lichtmeting, en de hoeveelheid compensatie is ook afhankelijk van je lichtmeting. Gebruik je gemiddelde meting dan zal je bijvoorbeeld meer moeten compenseren bij tegenlicht dan als je spotmeting gebruikt.

Persoonlijk werk ik graag met de spotmeting, dit zorgt ervoor dat ik zorgelozer kan fotograferen en dat mijn onderwerp goed belicht is. Als ik snel moet reageren geeft mij dit de grootste trefkans en mocht ik de tijd hebben, dan is een blik op het histogram van de camera genoeg om mij te vertellen of ik moet compenseren of niet. Uiteindelijk zal je hierin zelf een voorkeur ontwikkelen, en weten hoeveel je ongeveer moet compenseren.

Kunstmatig licht

Behalve natuurlijk licht, kun je ook gebruik maken van het licht dat je in je tas meeneemt. Een externe flitser is goed bruikbaar bij macrofoto’s. Je kunt je flitser op de camera gebruiken, of met wat hulpmiddelen de camera en flitser los van elkaar gebruiken.

Het gebruiken van een flitser heeft meerdere functies. Zo kun je de flitser gebruiken als invullicht (waarvoor je overigens ook een zaklamp goed kunt gebruiken) om je onderwerp in tegenlicht nog wat extra uit te lichten.

Naast dat je de flitser als invullicht kunt gebruiken, kun je er ook voor kiezen om de flitser te gebruiken als vervanger van zonlicht. Dat gaat natuurlijk niet helemaal op, maar je kunt met een flitser wel net dat beetje spanning toevoegen in een foto dat je mist met een bewolkte dag. Zo kun je door je flitser extern te gebruiken, zelf zorgen voor tegenlicht of zijlicht. Als je de mogelijkheid hebt loont het de moeite om daar eens mee te experimenteren, je kunt daarvoor bijvoorbeeld de flitstriggers van Cactus gebruiken.

Op een bewolkte dag had ik wat extra licht nodig om de druppels goed zichtbaar te maken – 1/250 – f/3.8 – ISO400 – 85mm – flitser staat links met een zwakke flitskracht (ben het exact getal vergeten), om alleen effect te hebben op de druppels en verder niet op het onderwerp.

Het flitslicht is verder niet gelijk te stellen met zonlicht. Een flitslicht heeft van zichzelf een andere kleur, wil je een warmere kleur licht, dan zal je filters voor op je flitser moeten gebruiken. Daarnaast is de lichtbron van een flitser klein, al helemaal in vergelijking met de zon! In vergelijking met je onderwerp is de lichtbron van de flitser redelijk in verhouding, echter blijft het verschil tussen lichtbron en onderwerp dan klein. Je krijgt dus ook redelijk hard licht op je onderwerp. Om dat te voorkomen kun je gebruik maken van bijvoorbeeld een flitsparaplu, maar die moet je dan wel mee kunnen nemen als je op een andere locatie fotografeert.

Als je de flitskracht handmatig instelt, houd er dan rekening mee dat je camera het licht niet kan meten, de flits gaat immers pas af als je afdrukt. Je belichting houdt dus nog geen rekening met je flitser. Door een paar proeffoto’s te nemen en waar nodig de flitskracht van de flitser bij te stellen weet je snel genoeg onder welke hoek en met welke flitskracht je het beste resultaat krijgt.

Door de onscherpte worden de dauwdruppels in de achtergrond als onscherpte pareltjes zichtbaar 1/50 – f/4.2 – ISO100 – 85mm – tegenlicht d.m.v. flitser (flitser staat links buiten het beeld, iets hoger dan het onderwerp) – vanaf pittenzak

Behalve de paar aandachtspunten die ik zonet beschreef, is het principe hetzelfde. De hoek van het licht bepaalt je foto, dat is met kunstmatig licht niet anders dan met natuurlijk licht. Het voordeel van kunstmatig licht is dat je dit zelf kunt controleren. Het nadeel is echter weer dat je moeilijker een onderwerp in zijn omgeving goed in het licht kunt zetten.

Macrofotografie is meer dan alleen een technische manier van fotograferen. In het maken van de juiste compositie heb je veel verschillende mogelijkheden. Als je die op het juiste moment weet toe te passen zal je zien dat in macrofotografie het grootste deel afhankelijk is van je eigen creativiteit. Het eindresultaat dat je krijgt, is afhankelijk van de keuzes die je ter plekke maakt om je compositie te bepalen, welke keuzes maak jij?

Dit artikel is op 26 juni 2012 gepubliceerd op DigitaleFotografieTips.nl.

Leave a Reply



4 + = zeven