Als je echt naar een object kijkt, echt kijken, dan kun je niet anders dan je verwonderen over de details van allerlei dingen. Kijk bijvoorbeeld eens naar de ogen van een insect: prachtig hoe dat in elkaar zit! Maar vergeet niet de patronen in de door machines gemaakt onderdelen. Hele gewone dingen, maar als je ze van dichtbij gaat bekijken gaat er een wereld voor je open!
Ben je fotograaf en wil je dit vastleggen? Dan begeef je je op het gebied van macrofotografie. Maar hoe pak je dit nu aan om tot geslaagde resultaten te komen?

Voordat we beginnen met het fotograferen, duiken we eerst even in de boeken en kijken we naar de onmisbare theorie. De term macrofotografie omvat in de fotografie het fotograferen van kleine onderwerpen. Volgens de officiële definitie spreek je pas van macrofotografie als je iets op ware grootte (verhouding 1:1) of groter fotografeert. Fotografeer je het kleiner, dan spreken we van een close-up. Meestal worden beide vormen gevangen in de term macrofotografie, en beiden zullen we dan ook in dit stuk zien als macrofotografie.

Veel mensen denken bij macrofotografie al snel aan natuurfotografie. Dat is niet verwonderlijk, want de meeste macrofoto’s worden in de natuur genomen. Bijna elke fotograaf stort zich wel eens op het fotograferen van bloemen, insecten of vlinders. Toch valt eigenlijk alles wat je van dichtbij fotografeert onder de term macrofotografie. Dit kan dus ook een stukje elektronica zijn, of een close-up van een patroon van een mandje.

Er zijn vele manieren om aan macrofotografie te doen. Je kan natuurlijk een macro-objectief kopen, maar ook tussenringen, omkeerringen en voorzetlenzen zijn een optie. Daarover is al wel eens wat geschreven, en daar wil ik nu dus ook niet teveel aandacht aan besteden.

Ook een compactcamera is een prima mogelijkheid, zo’n camera beschikt vaak over een macrostand en er zijn daarmee al veel opties beschikbaar. Maar zoals altijd geldt bij het fotograferen, de beste camera is degene die je bij je hebt. Het gaat er om wat jij met de camera kunt doen. Laat je dus niet beperken door de camera, maar maak gebruik van de mogelijkheden die je beschikbaar hebt!

Een lieveheersbeestje in de voortuin, gewoon wat je tot je beschikking hebt voor de fotografie – 1/250 – f/3.8 – ISO100 – 85mm – uit de hand en steunend op de grond

Wat bij al deze mogelijkheden geldt, is dat het instellen van de camera van cruciaal belang is voor het eindresultaat. Hoe doe je dat op zo’n manier, dat je het gewenste resultaat krijgt?

Camera instellen

Zoals altijd, is het bij het instellen van de camera belangrijk om de basis te kennen. Het kennen van de belichtingsdriehoek vergroot de kans op een geslaagde foto. Als je weet wat voor invloed sluitertijddiafragma en ISO-waarde op elkaar hebben, wordt het makkelijker om de camera in te stellen.

Toch zijn bepaalde instellingen soms net wat anders en moet je er net op een andere manier naar kijken, afhankelijk van het type fotografie dat je doet. Zo geldt dat ook voor macrofotografie. Als je nog niet goed weet hoe de belichtingsdriehoek werkt, lees daar dan eerst even over, je kunt dan de rest van dit artikel beter begrijpen.

Diafragma en sluitertijd

De meest gebruikte instellingen zijn het diafragma en de sluitertijd. Afhankelijk van de stand (P, A, S, M) heeft een wijziging van de ene direct invloed op de ander. En dat is iets wat je goed in de gaten moet houden.

In de macrofotografie is scherpte een belangrijk ding. Bepalend voor de scherpte zijn voldoende scherptediepte en een niet bewogen foto. Voor de scherptediepte is het diafragma van belang, voor de onbewogen foto de sluitertijd.

Bij macrofotografie kruip je vaak dicht op je onderwerp, wat tot gevolg heeft dat een kleine verplaatsing van je onderwerp, een grote verplaatsing in het beeld oplevert. Het is dus belangrijk dat je onderwerp stil genoeg zit. Waarom is dat nou zo belangrijk? In de meeste gevallen zal je met macrofotografie te maken hebben met lange sluitertijden, hierover in een later artikel meer.. Als je onderwerp dan beweegt, is hij op je foto dus ook bewogen.

Een bewegend onderwerp met lange sluitertijd kan toch ook functioneel zijn – 1/25 – f/11 – ISO200 – 85mm – ingeflitst – liggend met de camera plat op de grond.

De relatief lange sluitertijden zijn onder andere een samenspel met de ISO-waarde en het diafragma. Omdat een macro-objectief door de korte scherpstelafstand maar een beperkte scherptediepte heeft, kiezen veel fotografen voor een klein diafragma zoals f/11. Dit zorgt ervoor dat je onderwerp scherp genoeg is. Een nadeel hiervan is dat de sluitertijd dus ook weer langer wordt en de kans op een bewogen foto groter wordt. Natuurlijk is de keuze voor je diafragma een persoonlijke keuze, maar hij heeft dus duidelijk gevolgen voor je sluitertijd, die bepalend kunnen zijn voor het wel of niet slagen van de foto.

Creatief met de scherptediepte

Zoals ik al aangaf, kiezen veel fotografen voor een klein diafragma om voldoende scherpte te krijgen in hun macrofoto. We moeten echter oppassen dat we dit niet als regel gaan zien, maar als richtlijn. Voor voldoende scherpte is een klein diafragma goed, maar als je dit altijd toepast, beperk je jezelf in de creativiteit.

Een groot diafragma, zoals f/2.8, heeft tot effect dat de scherptediepte kleiner wordt. Dit heeft twee belangrijke effecten:

– Het onderwerp is maar beperkt scherp.
– De achtergrond wordt vager, en daardoor rustiger.

Om dit te illustreren heb ik twee foto’s gemaakt van hetzelfde onderwerp. Bij de ene foto heb ik gebruik gemaakt van een klein diafragma, bij de andere van een groot diafragma.

Links een foto met diafragma f/14, rechts een foto met diafragma f/4.5. Het verschil in de achtergrond en verloop naar de achtergrond is duidelijk zichtbaar.

 

Zoals je ziet maakt het een verschil welk diafragma je kiest. Een groot of klein diafragma kan het hele beeld veranderen. Wees je dus bewust van het verschil tussen de diafragma’s en maak desnoods meerdere foto’s met verschillende diafragma-instellingen.

Voorkeursstand

De meeste camera’s, met name spiegelreflexcamera’s, beschikken over verschillende voorkeursstanden, bij Nikon de P, S, A en M-standen, bij Canon de P, Tv, Av en M-standen. Omdat je in macrofotografie vaak de scherptediepte zelf wilt kunnen bepalen en dus zelf het diafragma wilt kunnen instellen, gebruik je vaak de diafragmavoorkeur (A of Av-stand) als je met macrofotografie bezig bent.

De term voorkeursstand zegt het al, door een bepaalde instelling te kiezen geef je voorkeur aan het diafragma of aan de sluitertijd. Dit ligt aan het onderwerp en de creatieve voorkeur die je hebt. Vaak ligt het aan je persoonlijke voorkeur welke manier van werken je precies kiest, je kunt een wazige achtergrond bereiken door zowel een diafragmavoorkeur voor f/2.8 in te stellen of door een sluitertijdvoorkeur voor een snelle sluitertijd in te stellen.

Maar bedenk wel dat voor absolute controle je het beste de voorkeursstand kunt gebruiken van het belangrijkste element uit de belichtingsdriehoek, of natuurlijk handmatige instellingen.

Scherpstelling

Misschien is het je al wel opgevallen, bij een macrofoto is er vaak maar weinig scherptediepte (hoe verder je van het focuspunt komt, hoe onscherper het beeld), vaak maar enkele millimeters. Het scherpstellen is dus een werkje dat nauw luistert. De vraag is dan ook, hoe doe je dit zo, dat je onderwerp goed scherp is?

Automatisch

Voor de hand liggend is de automatische scherpstelling, de autofocus. Elke moderne camera heeft de mogelijkheid om zelf een scherpstelpunt te bepalen afhankelijk van allerlei ingewikkelde berekeningen, maar dat is in de macrofotografie sterk af te raden. Zorg ervoor dat je zelf je scherpstelpunt kiest. Het is belangrijk om dit zelf te bepalen, want als fotograaf ben jij degene die weet waar je de scherpte precies wilt hebben.

Omdat het zo nauw luistert om scherp te stellen, zal je goed moeten bedenken welk scherpstelpunt je kiest. Het beste is het om de meest gevoelige scherpstelpunten te gebruiken, de zogenaamde kruissensoren. Een autofocussysteem stelt scherp op basis van contrast in het onderwerp. Een kruissensor is zo gebouwd dat hij het contrast kan meten in zowel horizontale als verticale richting. Het is dus ook goed om te weten dat deze kruissensoren de meest nauwkeurige zijn, en dat is precies wat we willen.

Je zult dus even in je camera handleiding of op internet moeten zoeken hoeveel kruissensoren je camerabody heeft en welke dit dan zijn. Goedkope camera’s hebben vaak maar één kruissensor, professionele hebben er veel meer.

De scherpte luistert hier heel nauw en moet precies op de kop van de spin liggen – 1/160 – f/8 – ISO200 – 85mm – vanaf statief

Vervolgens kun je nog gaan kiezen welk manier van scherpstellen je de camera wilt laten gebruiken. Simpel gezegd, kies je voor one-shot of continu autofocus. Het verschil is dat one-shot nadat eenmaal is scherpgesteld de focus niet meer automatisch wijzigt als je camera of je onderwerp een klein beetje is verschoven. Bij continu autofocus blijft de camera scherpstellen. Continue autofocus is dus handig bij bewegende objecten.

Soms komt het voor dat de autofocus niet goed kan scherpstellen. De autofocus blijft dan zoeken naar scherpte, je hoort en voelt de scherpstelmotor van de lens zoeken naar een scherp punt (in het Engels vaak ‘hunten’ genoemd). Dat wordt veroorzaakt door te weinig contrast op de plek waar je scherp wilt stellen, je focust dichter bij dan de lens kan focussen of er zitten elementen vlak voor de lens waardoor de camera niet weet waar hij precies op moet scherpstellen, ver weg of juist dichtbij.

Handmatig

Lukt het de camera niet om automatisch scherp te stellen of wil je meer controle over de scherpstelling, dan kun je handmatig gaan scherpstellen.

Handmatige scherpstelling geeft je de volledige controle over waar je de scherpte wilt hebben. Ideaal! Maar het luistert nog steeds erg nauw en je zult nauwkeurig en rustig moeten werken. Allereerst is het belangrijk dat je camera op dezelfde plek blijft staan, anders zal je bij elke beweging van de camera je scherpstelling moeten corrigeren.

Daarnaast is het belangrijk dat je goed kijkt naar wat er scherp is. De meeste camera’s hebben in hun zoeker daarvoor wat hulpmiddelen, die verschillen per camera. Hoe groter de zoeker, des te makkelijker is het om handmatig scherp te stellen. In veel gevallen zal het actieve focuspunt een lichtje laten zien als je de sluiterknop half indrukt en het beeld scherp is op dat focuspunt.

Als je een camera met liveview hebt is dat het beste hulpmiddel om te gebruiken. Het vraagt wat meer van je accu, deze is veel sneller leeg, maar werkt heel nauwkeurig. In liveview kan je doorgaans inzoomen tot 100% en dus beter zien of je goed hebt scherpgesteld of niet. Je zult hiervoor dus wel een onderwerp moeten zoeken dat niet weg loopt, bij beweging is liveview minder praktisch.

 

Scherpte in een macrofoto is zo belangrijk, omdat de kijker ook zal kijken naar datgene wat scherp is. Het is dus belangrijk om ervoor te zorgen dat datgene waar de kijker zijn aandacht op moet vestigen ook scherp is. Als je dat niet doet, zal de kijker niet lang geboeid zijn door de foto, het niet scherp kunnen zien wat je scherp wilt zien geeft onbewust een negatieve reactie. Ligt de scherpte dus net achter dat ene belangrijke onderdeel, dan kan dat al betekenen dat de kijker zijn aandacht verliest.

Stabiliteit

Als je bezig bent met macrofotografie wordt elke beweging enorm uitvergroot. Een foto is dan al snel bewogen, zeker als je erbij rekent dat je regelmatig met lange sluitertijden te maken hebt. Een stabiele houding of ondersteuning kan dan van doorslaggevend belang zijn om een goede foto te schieten.

Behalve voor scherpere foto’s zorgt het werken met bijvoorbeeld een statief er ook voor dat je meer tijd neemt en beter gaat nadenken over de compositie. Doordat je meer moeite moet doen voor die ene foto, wil je ook dat die foto goed is. Je gaat dus ook beter kijken naar hoe je op dat moment de foto maakt.

Het nadeel is dat je minder snel kunt reageren. Je flexibiliteit ben je voor een deel kwijt. Maar tegenover dat ene nadeel, staat het grote voordeel dat je wel scherpere resultaten krijgt.

Om je camera stabiel te houden zijn er meerdere opties voor macrofotografie:

– Statief waarbij de poten erg laag kunnen en de middenzuil gekanteld of omgekeerd kan worden. Het voordeel is dat je een gewoon statief ook op wat grotere hoogte kan gebruiken door de middenzuil omhoog te doen, hoewel dit wel negatieve gevolgen heeft voor de stabiliteit. Een statief zonder middenzuil werkt ook prima, je kunt dan je statief helemaal plat op de grond leggen (mits de poten dat toelaten).

– Een tafelstatief is een klein statiefje van ongeveer 15cm hoogte. Je kan deze makkelijk in een hoekje van je tas meenemen en gebruik om laag bij de grond te fotograferen. De beperking is het gewicht en de grootte van de lenzen die je gebruikt.

– Pitten-/rijstzak. Een dergelijke zak kun je kopen of makkelijk zelf maken en kun je vullen met elk willekeurig vulsel. Let erop dat je een goede balans vindt in het gewicht: zwaar genoeg om stabiel te blijven, licht genoeg om makkelijk mee te kunnen nemen.

– Beschikbare stevige middelen. Denk hierbij aan een paar stenen, een stevige boomstronk of gewoon je cameratas.

Een blad in spiegelglad water – 1/6 – f/11 – ISO200 – 300mm – vanaf pittenzak met draadontspanner voor een scherp resultaat.

Belichting

Tenslotte nog kort aandacht voor het vaststellen van de belichting. De camera kent verschillende lichtmeetmethodes. In zekere zin zijn ze allemaal prima te gebruiken en corrigeer je de belichting altijd met de belichtingscompensatie. De hoeveelheid compensatie is afhankelijk van hoe de camera het licht meet, en waar je dus op compenseert.

De ervaring leert dat centrumgerichte en spotmeting het effectiefst zijn. Je meet dan de belichting op het ingestelde scherpstelpunt (dat scherpstelpunt dat we zelf gekozen hebben!). Dit komt er dan ook op neer dat je de belichting van je onderwerp goed hebt.

Uiteindelijk zal de manier van licht meten ook afhankelijk zijn van de situatie. Heb je bijvoorbeeld tegenlicht? Is er sprake van mooi diffuus licht of heb je last van hard zonlicht en scherpe schaduwen? Gebruik je wel of geen flitser en zo ja, wat voor invloed heeft dat dan weer op de belichting?

Vragen die goed zijn om je te stellen, waarop ik in een volgend artikel uitgebreid terug zal komen.

Dit artikel is gepubliceerd op DigitaleFotografieTips.nl en is deel 1 uit een serie over macrofotografie.

One Response so far.

  1. John N zegt:

    Ik vind dit een zeer goed stuk over de macro fotografie.
    Bedankt.

Leave a Reply



− 5 = een